van ei tot

Van ei tot ...jong

 

 

Het kweken van de Agapornis personatus vereist een combinatie van passie, kunde, verantwoordelijkheidsgevoel en liefde voor de vogels. Nooit mag deze hobby ervaren worden als een last.  Daarom is het uiterst belangrijk om goed ingelicht en gemotiveerd van start te gaan.

 

Laten we er vanuit gaan dat we een goed kweekkoppel bezitten. Het volstaat niet om even vlug naar de dierenwinkel te lopen en een koppeltje aan te schaffen waarover we geen achtergrond hebben. Een koppel, geselecteerd uit het bestand van een gerenommeerd kweker of uit eigen bezit is ideaal. De minimumleeftijd van de toekomstige ouders moet één jaar zijn.  Zelf gebruik ik uitsluitend koppels die gemiddeld 18 maanden oud zijn.

Het kweekpaar brengen we onder in een kweekkooi van minimum 80 cm lengte. Mijn voorkeur gaat uit naar een kooi met een inschuifbaar nestblok. Om het kweekkoppel in broedconditie te brengen, zorgen we er allereerst voor dat het minimum zes maanden rust heeft gehad sinds de vorige kweekronde. Voor we de vogels naar de kweekkooi verhuizen, geven we ze gedurende minstens zes weken extra voeding : verse zadenmengeling voor agaporniden, eivoer, kalk, oliën, groenten, fruit, supplementen, enz.

Eivoer kan  een eigen of een commerciële samenstelling zijn.

Kalk kan in de vorm van sepiaschelpen, grit, calcium van een bepaald merk, in blok of in vloeibare vorm.

Als olie gebruik ik een combinatie van tarwekiemolie, lecithine-olie,  lookolie, en zonnebloemolie.


Iedereen heeft zo wel zijn mening over wat het beste is voor zijn agaporniden.


Belangrijk is ook dat ons kweekkoppel minstens veertien uren licht per dag heeft voor het de kweekkooi in gaat en dat de temperatuur gemiddeld 12 à 15° Celsius bedraagt. In de winter buiten kweken bij vriestemperaturen is totaal ontverantwoord en toont aan dat de kweker geen enkel respect heeft voor zijn vogels. We mogen niet vergeten dat onze agaporniden uit een heel ander continent komen en dus niet moeten ongevormd worden tot winterharde speciën.

Na het voorbereidend dieet is ons personatus paar in principe klaar voor de kweek en zullen ze al heel snel het nestblok opzoeken. We geven ze dagelijks verse takken van wilg, krulwilg, fruitbomen of berk. De pop brengt de takken met de snavel naar de nestblok, soms helpt het mannetje ook mee. Als de pop in broedstemming is, zal het nest binnen een week klaar zijn, maar uitzonderingen zijn zeker niet abnormaal. Zelfs als er reeds eieren zijn, zal de pop nog regelmatig takjes en schors gebruiken om het nest te verbeteren. Bovendien houdt ze zo de vochtigheid in de "kraamkamer" op peil.


Een luchtvochtigheid van 65% is ideaal en  kan eventueel bereikt worden door gebruik te maken van een luchtbevochtiger of een plantenspuit. Maar maak zeker geen eieren of het nest aan de binnenzijde nat !
Eigenlijk is het onzinnig van eieren nat te maken want ons klimaat is al vochtig genoeg en er sterven meer jongen door te veel vocht dan door te weinig vocht.

De beschermende laag, cuticula genaamd, welke zich op de eischaal bevind lost op als het in aanraking komt met water. De cuticula is een beschermende laag die ervoor zorgt dat het ei niet uitdroogt en beschermt is tegen schimmels en bacteriën. Een ei moet langzaam aan brozer worden zodat tijdens het kippen de schaal gemakkelijk breekt. Dit wordt zeker niet bereikt door het ei regelmatig nat te maken. Een ei wordt brozer naarmate het embryo meer en meer kalk opneemt van de binnenkant van de eischaal. Onze plantenspuit zorgt er ook nog voor dat de poriën van de eischaal verstopt geraken en het embryo of jong sterf. Extra vocht zorgt er ook voor dat de nestblok zeer snel een ideale haard is voor schimmels.

Als de kweeklocatie een houten constructie is, zijn er meestal weinig problemen en zal de luchtvochtigheid redelijk stabiel blijven. Hout heeft de eigenschap om vocht op te nemen bij nat weer en dit bij warmere temperaturen weer af te geven. Een goede kweekpop zorgt zelf voor de optimale luchtvochtigheid in het kweekblok. Dit doet ze door de dagelijks aangevoerde takken te ontdoen van hun schors en ze aan te brengen in het nest. Het is dus uiterst belangrijk verse takken aan te bieden.

Oude, uitgedroogde exemplaren worden ongemoeid gelaten. Verder zullen zowel de man als de pop regelmatig een bad nemen om dan nat te verdwijnen in het nestblok.

Zelfs bij een luchtvochtigheid van 30 % kippen de eieren zonder problemen als aan de hierboven vermelde voorwaarden wordt voldaan. Zolang ons ouderpaar hier zelf voor zorgt, hoeven we niet tussenbeide te komen.

Verschillende jaren heb ik - met de beste bedoelingen - dagelijks de blokken nat gemaakt met een plantenspuit en toch waren er telkens verschillende eieren, tot zelfs volledige nesten, waar de jongen dood in het ei zaten.

Mocht je het geluk hebt om een koppel te zien paren dan weet je dat een tiental dagen later het eerste ei zal volgen. Om de twee dagen wordt een ei gelegd, maar er is zeker geen probleem als het  popje er eens drie dagen over doet. Wel moeten we al onze koppels nauwkeurig opvolgen en ingrijpen als het nodig is, zoals bij legnood. Normaal wordt er na het tweede of derde ei overgegaan tot broeden. Ik merk de eitjes met een permanente alcoholviltstift zodat ik kan uitrekenen wanneer ze moeten kippen.

Onderstaande tabel laat toe zeer snel uit te rekenen wanneer de jongen zullen geboren worden. Even een voorbeeld :  als je kweekkoppel op 10 januari begint te broeden - in principe bij het derde ei - ga je naar het getal onder 10 januari en dan bekom je 2 februari. Op 2 februari  wordt alle waarschijnlijkheid het eerste jong geboren.

 

Jan

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

Jan

Jan

24

25

26

27

28

29

30

31

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

Feb

Feb

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Ma

Ma

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

1

2

April

April

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

April

April

26

27

28

29

30

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

Mei

Mei

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Juni

Juni

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

1

2

3

Juli

Juli

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

Juli

Juli

27

28

29

30

31

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

Aug

Aug

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Sept

Sept

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

1

2

3

Okt

Okt

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

Okt

Okt

27

28

29

30

31

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

Nov

Nov

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

Dec

Dec

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

1

2

3

Jan

Jan

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

Jan

Jan

27

28

29

30

31

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

Feb

Feb

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

1

2

3

 4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

Ma

 


 

Ongeveer 23 dagen later zal het eerste jong geboren worden en de rest zal in principe telkens twee dagen later het licht aanschouwen. Dus als er 5 eitjes zijn, is het mogelijk dat het eerste jong 10 dagen ouder is dan het laatste. Dit is geen reden tot paniek vermits de jongste telgen een ander bedelgeluid maken dan de oudsten. Door dit geluid gaat de pop instinctief het jongste kuiken eerst eten geven. De pop zal de jongen ongeveer vijf tot zes weken voeren. Nadien zal de man deze taak overnemen omdat de pop dan meestal aan een tweede legsel is begonnen. Sommige mannen voeren samen met de pop de jongen in het nestblok. Ieder koppel is verschillend en houdt er andere gedragingen op na.

Als het jongste kuiken een vijftigtal dagen oud is, kunnen alle jongen gespeend worden. Belangrijk bij het spenen is dat de jongen in een kleine kooi worden ondergebracht en daar enkele weken blijven  voor ze bij de andere vogels in de volière worden ondergebracht. De jongen zijn namelijk heel schuw en kunnen zich flink kwetsen als ze schrikken.
Jonge personata worden best met leeftijdgenoten ondergebracht omdat deze niet ervaren genoeg zijn om zich te verweren tegen oudere exemplaren.

 

 


 

   Een onbevrucht ei en een bevrucht ei na vier dagen.

 

Een eendagskuiken

Jongen vanaf dag één tot ....

     

   

  

 

 

Back